Eiser, handelend onder een handelsnaam, heeft in opdracht van gedaagde een schutting en deur geleverd en geplaatst. Eiser stuurde een factuur van €1.717,95 inclusief btw, die gedaagde niet betaalde met het argument dat het werk niet naar tevredenheid was afgerond. Gedaagde stelde dat twee schuttingdelen lager waren geplaatst dan afgesproken.
De kantonrechter oordeelde dat eiser de hoogte van de schuttingdelen vooraf met gedaagde had afgestemd en dat gedaagde onvoldoende feiten had gesteld om te bewijzen dat eiser tekort was geschoten. Omdat geen tekortkoming was vastgesteld, mocht gedaagde de betaling niet opschorten.
Eiser werd daarom in het gelijk gesteld en gedaagde veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Een verzoek tot betalingsregeling werd afgewezen omdat dit een zaak is tussen partijen. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten.