ECLI:NL:RBMNE:2022:385
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht bevestigd ondanks medische bezwaren
Eiser kreeg een boete van €1.250 opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Hij stelde dat hij door langdurige ziekte niet op tijd kon inburgeren en overhandigde medische informatie en een machtiging. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de machtiging tijdens de bezwaarprocedure was verlopen en er onvoldoende bewijs was voor een langdurige ziekteperiode van minimaal drie maanden.
Tijdens de beroepsprocedure overhandigde eiser alsnog een geldige machtiging, waarna verweerder advies inwon bij een medisch adviseur. Dit advies concludeerde dat er geen langdurig ziektebeeld was dat de termijnoverschrijding rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het standpunt innam dat eiser verwijtbaar niet tijdig was ingeburgerd.
De rechtbank stelde wel dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door geen rappelbrief te sturen voor een nieuwe machtiging, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe omdat het gebrek was hersteld en eiser niet benadeeld was. De hoorplicht werd niet geschonden en er was geen sprake van vooringenomenheid. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiser kreeg het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.