ECLI:NL:RBMNE:2022:380
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor woninginrichting
Verzoeker heeft een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
Tijdens de zitting heeft verweerder aangegeven het primaire besluit te zullen intrekken en een nieuw besluit te nemen waarin bijzondere bijstand van € 2.500,- wordt toegekend. Verzoeker is het niet eens met dit bedrag en stelt dat het onvoldoende is om zijn woning fatsoenlijk in te richten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een acute financiële noodsituatie die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt, mede omdat verweerder binnen een week het toegezegde bedrag zal uitbetalen en verzoeker een Wajonguitkering, huursubsidie en zorgtoeslag ontvangt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.