Uitspraak
het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen, verweerder
[derde-partij](hierna: de vergunninghouder), bijgestaan door mr. B. de Haan.
Rechtbank Midden-Nederland
De eigenaar van een vakantiepark wil tien eco-lodges plaatsen op een voormalig parkeerterrein binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen, die gedeputeerde staten van Utrecht betwisten vanwege mogelijke schade aan de natuur en het ontbreken van een passend compensatieplan.
Gedeputeerde staten hebben tijdens de bezwaarprocedure een voorlopige voorziening gevraagd om de plaatsing van de lodges te stoppen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat er geen spoedeisend belang is, omdat de voorbereidende werkzaamheden, zoals het egaliseren van het terrein en het kappen van bomen, al zijn uitgevoerd en vijf lodges al geplaatst zijn. Verder is de vergunning niet evident onrechtmatig omdat het college een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en rekening heeft gehouden met de bescherming van het NNN.
De voorzieningenrechter benadrukt dat diepgaander onderzoek naar de omvang van het NNN-gebied en compensatieverplichtingen niet geschikt is voor deze spoedprocedure en dat partijen nog in overleg zijn over compensatie. De belangen van de vergunninghouder, die aanzienlijke investeringen heeft gedaan en de lodges nodig heeft voor exploitatie, wegen zwaarder dan die van gedeputeerde staten.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de vergunninghouder mag doorgaan met het plaatsen van de eco-lodges. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de vergunninghouder mag doorgaan met het plaatsen van de eco-lodges.