Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte met bijlage [2] - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van aangifte [3] - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
het proces-verbaal van verhoor van getuige [4] van 20 augustus 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
vies en naar” en aangeefster [slachtoffer 2] werd er “
misselijk en onrustig”van. De rechtbank is van oordeel dat het op dergelijke wijze aanraken van aangeefsters door een volkomen vreemde in een trein, maakt, dat deze handelingen van verdachte, als ontuchtig zijn aan te merken.
proces-verbaal van aangifte [6] - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [7] van 12 september 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
voor het eerst. Zij bestuurde de trein in de cabine. Ik stond bij de cabine, helemaal aan de voorkant van de trein, en zij stapte vervolgens uit. Ik zag meteen al aan haar dat er wat gebeurd was. Ze zei toen ook dat ze was aangerand.
het proces-verbaal van verhoor van getuige met fotobijlage [8] van 10 september 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten
heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
- 1 STK broek (omschrijving: G2874446);
- 1 STK vest (omschrijving: G2874444 veiligheidsvest NS, geel);
10.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 1]
11.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]
12.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 3]
13.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
14.BESLISSING
- verklaart de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.540,40, bestaande uit een vergoeding van € 540,40 voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,- voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de meer gevorderde immateriële schade af;
- wijst de gevorderde proceskosten af;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.540,40 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2.794,99, bestaande uit een vergoeding van € 1.794,99 voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,- voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de meer gevorderde immateriële schade af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2.794,99 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 37 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 september 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 1.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 september 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.