ECLI:NL:RBMNE:2022:3556

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 augustus 2022
Publicatiedatum
5 september 2022
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4541
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling arbeidsongeschiktheid en deskundigenrapport in bestuursrechtelijke procedure

In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 3 augustus 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure over de arbeidsongeschiktheid van eiseres. Eiseres, die werkzaam was als functioneel beheerder, had zich op 23 mei 2016 ziekgemeld vanwege psychische klachten. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) had bij besluit van 13 februari 2020 vastgesteld dat eiseres met ingang van 6 januari 2020 minder arbeidsgeschikt was, met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Eiseres was het niet eens met dit besluit en heeft hiertegen bezwaar gemaakt, wat door verweerder ongegrond werd verklaard. Hierop heeft eiseres beroep ingesteld.

Tijdens de zitting op 8 juli 2021, die via Skype plaatsvond, zijn zowel eiseres als verweerder vertegenwoordigd. De rechtbank heeft na de zitting het onderzoek heropend en deskundigen benoemd om de situatie van eiseres te onderzoeken. De deskundigen, een psychiater en een verzekeringsarts, hebben op 22 februari 2022 een rapport uitgebracht waarin zij de beperkingen van eiseres hebben beoordeeld. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat zij meer beperkingen ervaart dan in de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) is opgenomen, maar de rechtbank heeft geoordeeld dat de deskundigen zorgvuldig te werk zijn gegaan en hun conclusies goed gemotiveerd zijn.

De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen objectiveerbare medische informatie is overgelegd die de beoordeling van de deskundigen zou kunnen weerleggen. Eiseres heeft geen nadere medische gegevens ingediend die haar standpunt ondersteunen. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de door verweerder aangenomen arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% terecht is vastgesteld en dat het beroep ongegrond is verklaard. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4541

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2022 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. R.J. Hoogeveen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: M.H.J. van Kuilenburg).

Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres met ingang van 6 januari 2020 minder arbeidsgeschikt is. Eiseres is 55 tot 65% arbeidsongeschikt.
Bij besluit van 29 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden via Skype op 8 juli 2021. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft na de zitting het onderzoek heropend en het vooronderzoek hervat. De rechtbank heeft psychiater [psychiater] en verzekeringsarts [verzekeringsarts 1], verbonden aan [bedrijf], als deskundigen aangewezen om een onderzoek te verrichten. Op 22 februari 2022 hebben de deskundigen een deskundigenrapport uitgebracht. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op dit rapport te reageren. Eiseres en verweerder hebben daarop hun zienswijzen naar voren gebracht.
Nadat partijen daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, hebben zij niet verzocht om een nadere zitting. De rechtbank heeft daarna op 20 juli 2022 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres was werkzaam als functioneel beheerder voor 26,9 uur per week. Op 23 mei 2016 heeft zij zich ziekgemeld vanwege psychische klachten. Per einde wachttijd, 3 juni 2018, is zij voor 51,57% arbeidsongeschikt geacht. Later heeft een herbeoordeling plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot de onder ‘Procesverloop’ vermelde besluiten.
Grondslag van het bestreden besluit
2. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiseres voor 58,1% arbeidsongeschikt is. Daarbij heeft verweerder zich gebaseerd op medische en arbeidskundige rapportages.
Het geschil
3. Eiseres vindt dat zij meer beperkingen heeft dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) heeft opgenomen. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiseres een rapport van Expertise Instituut van 12 april 2012, dat bestaat uit een verzekeringsgeneeskundige expertise van verzekeringsarts [verzekeringsarts 2], overgelegd.
4. Verweerder heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat het rapport en de ingebrachte medische informatie geen aanleiding geven om het eerder ingenomen standpunt te wijzigen.
Benoeming deskundige
5. Omdat door het door eiseres ingebrachte rapport twijfel was ontstaan over de juistheid van de beoordeling van het Uwv, heeft de rechtbank een verzekeringsarts en een psychiater als deskundigen benoemd, die op 22 februari 2022 een deskundigenrapport hebben overgelegd. De deskundigen kunnen zich vinden in de FML van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van het Uwv. De daarin opgenomen beperkingen ten aanzien van storingen/onderbrekingen en in het klantcontact achten de deskundigen echter niet strikt noodzakelijk.
6. Eiseres heeft aangegeven zich op onderdelen niet met de conclusie van de deskundigen te kunnen verenigen.

Het oordeel van de rechtbank

De medische beoordeling
7. Volgens vaste rechtspraak geldt als uitgangspunt dat de rechtbank het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen indien de door deze deskundige gebezigde motivering haar overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundige heeft alle beschikbare medische informatie in de beoordeling betrokken. De deskundige heeft inzichtelijk gemotiveerd op welke onderdelen van de FML eiseres beperkt moet worden geacht. In de door eiseres aangevoerde gronden en het door haar overgelegde aanvullende rapport van verzekeringsarts [verzekeringsarts 2] worden geen aanknopingspunten gevonden om het standpunt van de onafhankelijke deskundigen niet te volgen.
8. De rechtbank licht dit hierna toe.
Psychische klachten
9. Volgens eiseres moeten er beperkingen aangenomen worden ten aanzien van routine-afhankelijke werkwijzen, hoog handelingstempo, geen hoge eindverantwoordelijkheid, geen dwingend tempo, kan alleen samenwerken met een eigen van tevoren afgebakende deeltaak, is aangewezen op een rustige sociale omgeving, geen persoonlijk risico, geen contacten met verschillende personen tegelijk en langer durende mentale inspanning.
10. De deskundigen concluderen dat eiseres met het oog op bevordering en behoud van regelmaat en autonomie, gebaat is bij werk zonder veelvuldige veranderingen in omgeving of taakinhoud. Zij is daarom aangewezen op overwegend voorspelbaar werk. Eiseres is wel beperkt ten aanzien van veelvuldige deadlines of productiepieken, zeker in taken die zorgvuldigheid vereisen, omdat dit te veel stress teweeg brengt. De deskundigen concluderen verder dat de persoonlijkheidsstoornis van eiseres tot beperkingen in het sociaal functioneren leidt. Eiseres heeft beperkingen in het hanteren van emoties van anderen en in rechtstreekse conflicthantering. Vanwege de emotionele belasting en beperking in intensieve relaties, is eiseres niet belastbaar met de zorg voor hulpbehoevenden en zijn alleen korte, praktische klantcontacten mogelijk. Leidinggeven is te belastend vanwege de daarbij horende belasting van zorg voor medewerkers en vanwege de te grote verantwoordelijkheid die een leidinggevende functie met zich mee kan brengen.
11. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de deskundigen hun conclusies over de beperkingen ten aanzien van persoonlijk functioneren op zorgvuldige wijze bereikt en inzichtelijk gemotiveerd. De rechtbank volgt dan ook het oordeel van de deskundigen. Eiseres heeft geen nadere medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat zij meer beperkt is dan de deskundigen op dit vlak hebben aangenomen. De beroepsgrond slaagt niet.
Fysieke klachten
12. Volgens eiseres moeten er vanwege haar fysieke klachten beperkingen worden aangenomen ten aanzien van energetisch belastende handelingen (lopen, traplopen, tillen, dragen, frequent uitgevoerde handelingen, energetisch belastende houdingen (lang staan) en fysieke omgevingseisen (geluid), niet werken in een warme omgeving, geen warme kleding, qua geluidsbelasting in een rustige omgeving en geen zware energetische belasting waarbij getranspireerd wordt.
13. De deskundigen concluderen dat aangezien er geen sprake is van objectiveerbare somatische pathologie, er geen grond bestaat om eiseres beperkt te achten in de fysieke belastbaarheid. Daarbij worden volgens de deskundigen binnen de FML-systematiek normwaarden als referentie gehanteerd. Deze normwaarden zijn een niveau van belasting, waartoe elke (in dit geval lichamelijk) gezonde man of vrouw in de beroepsleeftijd (tot 67 jaar) in staat is. Het aannemen van beperkingen in de lichamelijke belasting ten opzichte van deze normwaarden zou ten onrechte suggereren dat er sprake was van afwijkingen of stoornissen die het aannemen van beperkingen noodzakelijk maakten.
14. De deskundigen concluderen dat er per datum in geding geen sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid, conform de criteria voor de standaard GBM (geen benutbare mogelijkheden). Er was immers geen sprake van een situatie van bedlegerigheid, ADL-afhankelijkheid, eiseres was niet opgenomen, en er was geen verlies van mogelijkheden op korte termijn. Evenmin was sprake van een onvermogen tot (zelfstandig) persoonlijk en sociaal functioneren op grond van een ernstige psychiatrische aandoening. Dit blijkt uit het feit dat eiseres op en rond de datum in geding werkzaam was, zelfstandig een huishouden voerde, zichzelf adequaat verzorgde, boodschappen deed, eten kookte en zelfstandig auto reed. Er was dus geen sprake van disfunctioneren op alle levensgebieden.
15. De rechtbank kan de bevindingen en conclusies van de deskundigen goed volgen en neemt daarbij in overweging dat eiseres in beroep geen objectiveerbare medische informatie heeft overgelegd, die aanleiding geeft tot twijfel aan de juistheid hiervan. Eiseres heeft niet met medische stukken onderbouwd dat er fysieke beperkingen aangenomen moeten worden. De beroepsgrond slaagt niet.
Urenbeperking
16. Er dient volgens eiseres ook een ruimere urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week te worden aangenomen. Eiseres kan niet 4-5 uur werken en heeft onvoldoende mogelijkheid voor recuperatie, omdat zij ’s nachts 2 tot 3 uur slaapt.
17. De deskundigen concluderen dat een urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week voorziet in behoud van dagstructuur. Bij slaapproblematiek zoals bij eiseres het geval is, is het medisch advies om een normaal dag- en nachtritme aan te blijven houden, met dagelijkse structuur en activiteiten. Bij de psychopathologie van eiseres is volgens de deskundigen eveneens aan te raden, een vast dagritme te blijven volgen, met voldoende structuur en bezigheden. Een verdergaande duurbeperking tot bijvoorbeeld 4 uur per dag, zal in het geval van eiseres leiden tot verlies van ritme en structuur, tot verdere sociale isolatie, en bovendien meer ruimte bieden aan piekeren en zelfbeschadigend gedrag zoals het dwangmatig pulken aan de huid. Een duurbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week, en regelmatige werktijden zonder nachtwerk, vinden de deskundigen daarom ook op de datum in geding passend.
18. De rechtbank kan de bevindingen en conclusies van de deskundige goed volgen en neemt daarbij in overweging dat eiseres in beroep geen objectiveerbare medische informatie heeft overgelegd, die aanleiding geeft tot twijfel aan de juistheid hiervan. Aan de manier waarop eiser zelf zijn klachten ervaart, hoe begrijpelijk ook, kan in de systematiek van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen doorslaggevende betekenis toekomen. De beroepsgrond slaagt niet.
Het arbeidskundig onderzoek
19. Tegen de arbeidskundige beoordeling heeft eiseres geen beroepsgronden naar voren gebracht, anders dan dat zij de functies om medische redenen niet kan verrichten. Uitgaande van de juistheid van de door verweerder bij eiseres aangenomen beperkingen, bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de geschiktheid van de geduide functies. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in zijn rapport van 28 oktober 2020 per functie heeft gemotiveerd waarom de belastbaarheid van eiseres niet wordt overschreden.
Conclusie
20. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht bepaald dat eiseres met ingang van 6 januari 2020 (55 tot 65%) arbeidsongeschikt is.
21. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Belhadi, griffier. De beslissing is uitgesproken op 3 augustus 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.