ECLI:NL:RBMNE:2022:3524

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 september 2022
Publicatiedatum
2 september 2022
Zaaknummer
C/16/542943 / KL ZA 22-171
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:10 BWArt. 237 RvAlgemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot afgifte boekhouding en toegang loonadministratie in kort geding tussen BV's

In deze kort gedingprocedure vordert eiseres, een besloten vennootschap, dat gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van auditfiles, bedrijfsdata en wachtwoorden voor toegang tot de boekhoudsoftware en loonadministratie. De zaak betreft een geschil tussen twee BV's die voorheen samen gebruik maakten van deze systemen, waarbij onenigheid bestaat over eigendom van webshops, intellectuele eigendommen en toegang tot administraties.

Eerder werd in een kort geding een soortgelijke vordering afgewezen omdat de materie te ingewikkeld was voor een voorlopige voorziening en een bodemprocedure noodzakelijk is. Eiseres stelt nu een andere juridische grondslag te hebben, maar de rechtbank oordeelt dat dit feitelijk een verkapt hoger beroep betreft, wat niet is toegestaan in een kort geding.

De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat de zaak opnieuw in kort geding wordt behandeld. Ook de vordering tot afgifte van wachtwoorden voor de loonadministratie wordt afgewezen, omdat deze toegang geeft tot gegevens van werknemers van gedaagde, die niet beschikbaar gesteld hoeven te worden.

De voorwaardelijke vorderingen van gedaagde worden eveneens afgewezen omdat de primaire vorderingen van eiseres niet worden toegewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, en gedaagde in de proceskosten van eiseres in reconventie worden nihil gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot afgifte van boekhouding en toegang tot loonadministratie worden afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Lelystad
zaaknummer / rolnummer: C/16/542943 / KL ZA 22-171
Vonnis in kort geding van 2 september 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,mede handelend onder de namen [handelsnaam 1] en [handelsnaam 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. L.J. Gravendeel te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,mede handelend onder de namen [handelsnaam 1] , [handelsnaam 2] en [handelsnaam 3] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. L. Keukens te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding betekend op 1 augustus 2022 met 9 producties;
  • de akte van [gedaagde] met voorwaardelijke eis in reconventie en producties 1 tot en met 11;
  • de akte vermeerdering van eis van [eiseres] met producties 10 tot en met 13;
  • de akte wijziging van eis in voorwaardelijke reconventie van [gedaagde] met producties 12 tot en met 14;
  • de nieuwe productie 10 van [gedaagde] ;
  • producties 15 en 16 van [gedaagde] ;
  • producties 14 en 15 van [eiseres] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 19 augustus 2022 plaatsgevonden. Namens [eiseres] is de heer [A] (hierna: de heer [A] ) verschenen, bijgestaan door mr. L.J. Gravendeel. Namens [gedaagde] is mevrouw [B] (hierna: mevrouw [B] ) verschenen, bijgestaan door mr. L. Keukens. Partijen hebben op de mondelinge behandeling hun standpunten nader toegelicht, waarbij de advocaten gebruik hebben gemaakt van pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om tot een schikking te komen. Dit is niet gelukt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Waar gaat deze zaak over?

2.1.
De heer en mevrouw [achternaam van A en B] zijn broer en zus. De heer [A] is de middellijk bestuurder van [eiseres] en mevrouw [B] is de middellijk bestuurder van [gedaagde] . Tussen partijen zijn verschillende punten in geschil. Die geschillen gaan onder meer over de vraag wie van partijen eigenaar is van de webshops, de intellectuele eigendommen en over de toegang tot de boekhoudsoftware (te weten: Afas) en loonadministratie (te weten: Loon.nl) waarvan partijen tot februari 2022 samen gebruik maakten. [eiseres] heeft sindsdien geen toegang meer tot de boekhouding en de loonadministratie. In een eerder kort geding tussen partijen heeft [eiseres] (onder meer) geprobeerd toegang te krijgen tot de boekhoudsoftware die op de server van [gedaagde] staat en beschikking te krijgen over de boekhouding die van [eiseres] zou zijn (zaak- en rolnummer: C/16/538891 / KL ZA 22-90). Die vordering van [eiseres] is in het vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2022 afgewezen. Partijen hebben hiertegen geen hoger beroep ingesteld. [eiseres] wil nog altijd kunnen beschikken over de op haar betrekking hebbende boekhouding en vordert opnieuw afgifte daarvan. Ook wil zij de wachtwoorden die toegang geven tot de loonadministratie. [gedaagde] weigert gemotiveerd de in dit kort geding gevorderde informatie te verstrekken.

3.De vordering van [eiseres] – in conventie

3.1.
[eiseres] vordert in dit kort geding – na vermeerdering van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
1. dat [gedaagde] wordt veroordeeld om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis over te gaan tot:
a. afgifte van de zogenaamde ‘auditfiles’ van [eiseres] over de jaren 2020 en 2021, te vinden in de bedrijfssoftware en/of de Afas-software;
b. afgifte van alle [.] -Data van [eiseres] over de afgelopen 7 jaar, te vinden in de bedrijfssoftware en/of de Afas-software, met bepaling dat [gedaagde] haar eigen data daarbij niet hoeft af te geven;
c. afgifte van de wachtwoorden met alle toebehoren die toegang geven tot de bedrijfssoftware en de Afas-software op het ICT-platform, via de Afas-app vanwege de tweestapsverificatie op de mobiele telefoon van de heer [A] (directeur/grootaandeelhouder van eiseres) op zijn nummer [telefoonnummer] , met bepaling dat [eiseres] alleen haar eigen data inclusief de boekhoudkundige data mag inzien;
d. afgifte van de wachtwoorden met alle toebehoren die toegang geven tot de account bij Loon.nl waarop de loonbelastinggegevens met alle toebehoren van werknemers van eiseres zijn ingevoerd;
2. [gedaagde] te bevelen over te gaan tot toezending van de af te geven informatie aan de raadsman van [eiseres] , te verstrekken door toezending ervan per e-mail aan [e-mailadres] ;
3. [gedaagde] te veroordelen tot de naleving van de onder punt 1 en 2 genoemde bevelen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of dagdeel, te voldoen aan eiseres door betaling aan Stichting Beheer Derdengelden [..] op bankrekeningnummer [rekeningnummer] en BIC [...] ;
subsidiair:
4. [gedaagde] te bevelen tot het onder 1 en/of 2 en/of 3 gevorderde voor zover de rechtbank dat in goede justitie vermeend te behoren, verzwaard met een dwangsom;
5. [gedaagde] te bevelen dat op haar kosten een accountant ten behoeve van [eiseres] met de onder 1c en 1d af te geven wachtwoorden toegang krijgt tot de bedrijfssoftware en/of de Afas-software respectievelijk de onder 1d genoemde account bij Loon.nl, met bepaling dat [eiseres] alleen haar eigen data inclusief de boekhoudkundige data mag inzien en kan downloaden, althans kan kopiëren, althans op een door de rechtbank aan te wijzen manier die de rechtbank in goede justitie vermeend te behoren, verzwaard met een dwangsom;
primair en subsidiair:
6. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding op de voet van 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 130,00 bij betekening, een en ander te voldoen binnen 5 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten en nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente hierover te rekenen vanaf uiterste termijn voor voldoening.
3.2.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer en vordert om [eiseres] te veroordelen in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De voorwaardelijke vordering van [gedaagde] – in reconventie

4.1.
[gedaagde] vordert voorwaardelijk, namelijk indien de primaire en/of subsidiaire vordering van [eiseres] geheel of gedeeltelijk zou worden toegewezen – na wijziging van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiseres] te gebieden in het kader van de executie van het vonnis geen inbreuk te maken op databankrechten en/of bedrijfsgeheimen van [gedaagde] en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) onverkort na te leven door niet op onrechtmatige wijze persoonsgegevens te verwerken van klanten, leveranciers en/of personeel van [gedaagde] , inhoudende dat [eiseres] in het kader van de executie van het vonnis slechts aanspraak kan maken op de volledig geanonimiseerde versie(s) van de auditfiles, [.] -data en/of enige financiële en/of boekhoudkundige informatie en/of looninformatie;
II. [eiseres] te gebieden om het vonnis pas te kunnen executeren nadat de kosten van [gedaagde] ter grootte van € 16.692,00, eventueel te vermeerderen met de kosten van de procedure,
zijn voldaan;
III. te bepalen dat [eiseres] bij overtreding van het hiervoor sub I. gevorderde een direct opeisbare dwangsom verbeurt van € 5.000,00 per overtreding, vermeerderd met een bedrag van € 1.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt met een maximum van € 25.000,00;
IV. [eiseres] te veroordelen in de kosten van dit geding op de voet van art. 237 Rv Pro te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 130,00 bij betekening, een en ander te voldoen binnen 5 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten en de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, te rekenen vanaf uiterste termijn voor voldoening.
4.2.
[eiseres] voert gemotiveerd verweer.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Toetsingskader kort geding

5.1.
Het gaat in deze zaak om in kort geding gevraagde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet beoordelen of [eiseres] , gelet op de belangen van beide partijen, bij de behandeling van de gevraagde voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat, gelet op de aard van het kort geding, in deze procedure in het algemeen geen plaats is voor uitgebreide bewijslevering.
Voorlopig oordeel
5.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen van [eiseres] – in conventie – moeten worden afgewezen. [gedaagde] hoeft dus (voorlopig) geen boekhoudkundige informatie, data of wachtwoorden aan [eiseres] af te geven. Dit heeft tot gevolg dat ook de vorderingen van [gedaagde] – in voorwaardelijke reconventie – worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. Eerst zullen de vorderingen van [eiseres] aan de orde komen en daarna de voorwaardelijke vorderingen van [gedaagde] .
De vorderingen van [eiseres] – in conventie
Spoedeisend belang
5.3.
Het spoedeisende belang van [eiseres] blijkt uit de aard van haar vorderingen. Het verweer van [gedaagde] dat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft, omdat zij in het eerdere kort geding niet heeft aangetoond recht te hebben op dat wat zij nu vordert, wordt afgewezen. Dit verweer kan niet slagen omdat daarover in de vorige procedure niet is geoordeeld. Geoordeeld is toen dat de materie te ingewikkeld is om in een kort geding te beoordelen.
Waarom wordt de vordering tot afgifte van de boekhouding afgewezen?
5.4.
Deze procedure gaat volgens [eiseres] slechts om afgifte van de eigen boekhouding (onder 1.a, b en c) en de wachtwoorden die toegang geven tot de eigen loonadministratie (onder 1.d). Voor wat betreft de vordering tot afgifte van de boekhouding is dit niet zo simpel. Tussen partijen is immers in geschil wie de eigenaar van de boekhouding is en dan met name het klantenbestand en alle administratie met betrekking tot de webshops en de intellectuele eigendommen. Juist dat deel van de boekhouding stelt [eiseres] nodig te hebben voor onder andere haar btw aangifte. De vordering tot afgifte van de boekhouding kan dan ook niet los gezien worden van het geschil tussen partijen over meerdere intellectuele eigendomsrechten. Het geschil over de intellectuele eigendomsrechten is door [eiseres] voorgelegd in het vorige kort geding tussen partijen. In die procedure heeft [eiseres] ook afgifte gevorderd van de boekhouding, net als nu. In de einduitspraak is geoordeeld dat de zaak te ingewikkeld is voor een kort geding en dat een bodemprocedure met nadere bewijsvoering de aangewezen weg is om dit geschil te beslechten.
5.5.
[eiseres] stelt dat haar vordering tot afgifte van de boekhouding in het vorige kort geding ten onrechte is afgewezen dan wel dat hierop eigenlijk niet is beslist – over het hoofd is gezien. De enige manier om daar een oordeel over te krijgen is echter door tegen het eindvonnis van 4 juli 2022 in hoger beroep te gaan. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt immers mee dat de kortgedingprocedure niet gebruikt mag worden als verkapt hoger beroep van een eerder kort geding, waarbij de al aangevoerde stellingen en bijbehorende onderbouwing opnieuw worden beoordeeld. [eiseres] stelt dat zij haar vordering nu op een andere juridische grondslag heeft gebaseerd, te weten artikel 2:10 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), en dat de voorzieningenrechter de vordering daarom (opnieuw) kan beoordelen. Los van de vraag of dit relevant is, miskent zij hiermee echter dat deze artikelen niet de juridische grondslag van haar vordering vormen, maar redenen waarom zij haar administratie op orde moet hebben. De juridische grondslag is en blijft revindicatie, oftewel teruggave van wat volgens [eiseres] haar eigendom is. [eiseres] heeft geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd, welke in het vorige kort geding niet zijn beoordeeld.
5.6.
[eiseres] stelt verder nog dat zij er bewust en om strategische redenen voor heeft gekozen niet in hoger beroep te gaan van de uitspraak in het eerdere kort geding. Ten eerste omdat de wachttijden bij het hof te lang zijn en ten tweede omdat zij wel snapt dat haar andere vorderingen in die procedure zijn afgewezen, omdat deze te ingewikkeld zijn voor een kort geding. Dit laatste argument kan niet slagen, omdat [eiseres] niet tegen alles in hoger beroep hoeft te gaan. Zij kan ervoor kiezen slechts te ageren tegen de afwijzing van haar vordering tot afgifte van de boekhouding. Het argument dat de wachttijden bij het hof te lang zijn, kan evenmin slagen. Dit is immers geen geldige reden om aan het gesloten stelsel van rechtsmiddelen voorbij te gaan.
5.7.
Gelet op het feit dat de nu ingestelde vordering (onder 1 a, b en c) tot afgifte van de boekhouding dezelfde vordering is als de vordering in het eerdere kort geding tussen partijen, moet de vordering van [eiseres] tot afgifte van de boekhouding en moeten de bijbehorende nevenvorderingen om deze reden al worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de subsidiaire vordering inzake de boekhouding.
Waarom wordt de vordering tot afgifte van de wachtwoorden van Loon.nl afgewezen?
5.8.
[eiseres] vordert (onder 1.d) afgifte van de wachtwoorden die toegang geven tot de loonadministratie en dus niet afgifte van de loonadministratie van haar eigen personeel. Daarmee vordert zij volledige toegang tot de gedeelde account. [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het noodzakelijk is om voor onbepaalde tijd volledige toegang te krijgen tot de gedeelde account van Loon.nl, waar ook alle gegevens van de werknemers van [gedaagde] zijn te raadplegen. [gedaagde] heeft terecht gesteld dat zij niet de gegevens van haar eigen werknemers aan [eiseres] beschikbaar wil stellen. Hoewel [gedaagde] op de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij wil meewerken aan de afgifte van de loonadministratie die ziet op werknemers van [eiseres] , voor zover deze aanwezig is, heeft [eiseres] haar vordering niet gewijzigd. De vordering tot afgifte van de wachtwoorden tot de account van Loon.nl zal worden afgewezen, omdat dit veel verder gaat dan het terughalen van de eigen administratie en in het licht van de geschilpunten tussen partijen heeft [gedaagde] er belang bij haar gegevens af te schermen. De rechtbank doet wel een beroep op [gedaagde] om de loonadministratie voor wat betreft (voormalig) werknemers van [eiseres] , voor zover aanwezig, aan [eiseres] over te dragen, om een volgende procedure te voorkomen.
Proceskosten
5.9.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [gedaagde] heeft in haar pleitaantekeningen veroordeling in de werkelijke proceskosten gevorderd. Hoewel zij in haar eerdere akte wel heeft gesteld dat [eiseres] naar haar mening misbruik van recht heeft gemaakt door deze procedure te starten in plaats van in hoger beroep te gaan, heeft zij in deze akte niet de werkelijke proceskosten gevorderd. Los van het feit dat [gedaagde] in haar pleitaantekeningen haar vordering niet expliciet heeft vermeerderd, heeft zij de vordering tot betaling van de werkelijke proceskosten ook niet onderbouwd. [eiseres] kan daarom niet in de werkelijke proceskosten veroordeeld worden, wel zal zij veroordeeld worden in de forfaitaire proceskosten.
De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht € 676,00
- salaris advocaat €
656,00
Totaal € 1.332,00
De voorwaardelijke vorderingen van [gedaagde] – in reconventie
5.10.
De voorwaarde voor het instellen van de vordering in reconventie – het (deels) toewijzen van de vorderingen in conventie – is niet vervuld. Daarom hoeft deze vordering niet beoordeeld te worden en zal deze worden afgewezen.
5.11.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Gelet op het feit dat de reconventie geen noemenswaardig meerwerk oplevert ten aanzien van de vordering van [eiseres] – in conventie – zullen de proceskosten in reconventie aan de zijde van [eiseres] op nihil worden gesteld.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen af;
6.2.
veroordeelt [eiseres] in de werkelijke proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.332,00;
in reconventie
6.3.
wijst de vorderingen af;
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op nihil;
in conventie en in reconventie
6.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2022.