ECLI:NL:RBMNE:2022:346
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid is terecht
Eiseres, werkzaam als medewerker huishoudelijke dienst, ontving sinds februari 2020 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in september 2020 werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 22,33%, wat leidde tot de beëindiging van haar uitkering per januari 2022.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde maar het arbeidsongeschiktheidspercentage bijstelde naar 31%. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de zitting was eiseres niet aanwezig, wel haar gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beoordeling op zorgvuldige wijze heeft uitgevoerd, waarbij de verzekeringsartsen alle klachten van eiseres, waaronder psychische klachten en fysieke beperkingen, hebben meegewogen. Eiseres heeft geen aanvullende medische stukken overgelegd ter onderbouwing van haar stellingen. De geduide functies zijn passend geacht binnen de vastgestelde beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de beëindiging van de WIA-uitkering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd.