ECLI:NL:RBMNE:2022:3439
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vaststellingsovereenkomst PGB
Eiser maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn persoonsgebonden budget (pgb) over de jaren 2016-2018 en de terugvordering van een bedrag van €54.893,33. Verweerder heeft het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de terugvordering verlaagd tot €31.050,-. Eiser tekende vervolgens een vaststellingsovereenkomst waarin werd afgesproken dat de terugvordering niet zou worden geïnd en dat het beroep zou worden ingetrokken.
De rechtbank behandelde het beroep, maar stelde vast dat door de vaststellingsovereenkomst het geschil feitelijk was beëindigd en dat eiser geen procesbelang meer had bij voortzetting van het beroep. Eiser stelde niet onder dwang te hebben getekend en startte geen procedure tot vernietiging van de overeenkomst.
De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en dat een inhoudelijke beoordeling van het beroep achterwege bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.M. Dijksterhuis op 2 augustus 2022 te Utrecht. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na ondertekening van een vaststellingsovereenkomst.