ECLI:NL:RBMNE:2022:3427
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €336.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde een lagere waarde van €315.000 voor, maar verweerder handhaafde de oorspronkelijke waarde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met een taxatiematrix en nadere toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen in de taxatiematrix zijn vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en type, en de verschillen zijn voldoende meegenomen in de waardebepaling. Diverse beroepsgronden van eiser, waaronder de toepassing van indexering, de KOUDV+L-factoren, de staat van onderhoud en voorzieningen, en de ligging van de woning, worden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank benadrukt dat verweerder geen verplichting heeft een rekenmodel of vaste correctiepercentages te hanteren zolang de waarde aannemelijk is gemaakt. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de staat van onderhoud slechter is dan 'voldoende' en dat de ligging een waardeverlagend effect heeft dat niet is verdisconteerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €336.000 wordt ongegrond verklaard.