Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Apple iPhone 12 in de kleur rood;
- IMEI [IMEI-nummer 1] .
- het emailaccount: [emailaccount] ;
- een jaaropgaaf 2018 van het UWV, ten name van de verdachte;
- een CBR theorie aanvraag (2019), ten name van de verdachte;
- een document van het RDW, met betrekking tot de Ford Fiësta van de verdachte.
- correspondentie via reguliere sociale media, met een paar contacten, waarbij de gebruiker van deze telefoon in de chats het telefoonnummer [telefoonnummer 1] schreef, als mogelijkheid om met hem, middels WhatsApp, in contact te kunnen komen;
- veel correspondentie op de applicatie "Telegram", waarbij de gebruiker van deze telefoon het telefoonnummer [telefoonnummer 1] als contactmogelijkheid benoemde;
- een vijftal berichten, voorzien van fotobestanden, afkomstig van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] en verzonden aan het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .
5.BEWEZENVERKLARING
en/of
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.059,00, bestaande uit € 809,00 materiële schade en € 1.250,00 immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.059,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.