ECLI:NL:RBMNE:2022:335
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing proceskostenvergoeding wegens te late indiening niet-ontvankelijk verklaard
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de afwijzing van haar verzoek om proceskostenvergoeding door de rechtbank op 18 januari 2021. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat opposante zelf had besloten de beroepsprocedure niet voort te zetten, waardoor geen tegemoetkoming op grond van artikel 8:75a Awb mogelijk was.
Opposante diende het verzetschrift echter te laat in, namelijk op 21 juli 2021, terwijl de termijn uiterlijk op 1 maart 2021 eindigde. De rechtbank heeft haar meerdere malen verzocht om een geldige reden voor de te late indiening, maar opposante reageerde niet. Hierdoor verklaarde de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk.
De uitspraak bevestigt dat de oorspronkelijke beslissing van 18 januari 2021 in stand blijft en dat er geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. De procedure werd schriftelijk afgedaan zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro, omdat de uitkomst duidelijk was.
Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzetschrift, waardoor de eerdere afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding in stand blijft.