Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de zitting van 21 juli 2022 met daarin opgenomen het wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen mr. A.C. van den Boogaard;
- de schriftelijke reactie van mr. Van den Boogaard van 1 augustus 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een familierechtelijke hoofdzaak waarin Save een schriftelijke aanwijzing wilde bekrachtigen. Verzoeker stelde dat de rechter in een eerdere zaak klakkeloos beslissingen had genomen in het nadeel van zijn belang en dat de rechter tijdens de zitting van 21 juli 2022 de indruk had gewekt reeds een beslissing te hebben genomen.
De wrakingskamer onderzocht of er sprake was van persoonlijke vooringenomenheid of de schijn daarvan. De kamer oordeelde dat het enkele feit dat de rechter eerdere beslissingen had genomen die verzoeker niet aanstonden, geen grond voor wraking vormde. Ook bleek uit het proces-verbaal dat de rechter uitgebreid met verzoeker sprak en geen beslissing vooraf had genomen.
Verder werd overwogen dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de rechter partijdig was of de schijn daarvan had gewekt. De wrakingskamer concludeerde dat de onpartijdigheid van de rechter niet was geschaad en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van zaken voor de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.