De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 augustus 2022 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen een melkveehouder en FrieslandCampina. De rechtbank stelde vast dat FrieslandCampina toerekenbaar tekortgeschoten is door onterecht de melkinname bij eiser te beëindigen op 14 september 2018. Eiser vorderde een schadevergoeding van ruim €230.000,- gebaseerd op twee schaderapporten, maar FrieslandCampina betwistte de methodologie en omvang van de schade.
De rechtbank onderzocht de periode van schade, de hoeveelheid melk die geleverd zou zijn, en de netto-opbrengst per kilogram melk. Zij concludeerde dat de schadeperiode loopt van 24 september 2018 tot 31 maart 2019, met een gemiddelde melkproductie van 662,77 kg per dag en een netto-opbrengst van €0,096 per kg melk. Dit resulteerde in een misgelopen opbrengst van €13.335,-. Andere schadeposten zoals kosten voor aan- en verkoop van vee, aankoop van vleesvee, en overige kosten werden grotendeels afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of eigen schuld.
De rechtbank veroordeelde FrieslandCampina tot betaling van €27.786,- schadevergoeding plus wettelijke rente vanaf 25 september 2018. Daarnaast werd FrieslandCampina veroordeeld in de proceskosten van €7.170,47 en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.