Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over
3.De beoordeling
de omvangvan een eventuele vordering. In ieder geval is niet aannemelijk geworden dat de gevorderde bescheiden tot een oordeel kunnen leiden over welke bonusregeling van toepassing is. Nu [eiseres] , zo is gebleken, bovendien reeds een grove berekening heeft kunnen maken van de bonus waar zij op grond van haar standpunt omtrent de geldende regeling recht zou hebben, valt niet in te zien welk belang zij in dit stadium heeft bij de bescheiden.