ECLI:NL:RBMNE:2022:3267
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen voorzitter wrakingskamer ongegrond verklaard
Verzoeker diende meerdere wrakingsverzoeken in tegen leden van de wrakingskamer in een bestuursrechtelijke procedure. Het vierde wrakingsverzoek richtte zich specifiek tegen de voorzitter van de wrakingskamer, die het eerste wrakingsverzoek behandelde. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geconcludeerd dat er geen sprake is van persoonlijke vooringenomenheid of schijn daarvan.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsmiddel niet bedoeld is om bezwaren tegen de samenstelling van de wrakingskamer zelf te adresseren en dat het buiten behandeling stellen van eerdere wrakingsverzoeken procesbeslissingen zijn waaruit geen vooringenomenheid blijkt. Verzoeker kreeg voldoende spreektijd tijdens de zitting en de bepaling van de uitspraakdatum was een normale procesbeslissing.
Gelet op deze overwegingen werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. Daarnaast werd een wrakingsverbod opgelegd om te voorkomen dat verzoeker de procedure zou vertragen door herhaalde wrakingsverzoeken in te dienen. De procedure wordt voortgezet in de stand van schorsing voorafgaand aan het vierde wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de wrakingskamer wordt ongegrond verklaard en een wrakingsverbod opgelegd.