ECLI:NL:RBMNE:2022:3142
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van appartement in voormalig kerkgebouw
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, gelegen in een voormalig kerkgebouw, vastgesteld op €215.000,- voor het belastingjaar 2020. Eiser stelde een lagere waarde van €176.000,- voor, onderbouwd met referentiewoningen en foto’s van de staat van het appartement.
De rechtbank heeft het verweerschrift met taxatiematrix toegelaten ondanks overschrijding van de termijn, omdat partijen zich voldoende konden voorbereiden. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een vergelijkingsmethode, waarbij rekening is gehouden met de inhoud, gebruiksoppervlakte en bijzondere kenmerken van het appartement.
De rechtbank oordeelt dat de door verweerder gebruikte referentiewoningen beter vergelijkbaar zijn dan die door eiser aangedragen. Ook de staat van onderhoud en afwerking van het appartement is volgens de rechtbank gemiddeld en goed onderhouden, wat de vastgestelde waarde ondersteunt.
Eisers beroep faalt derhalve en wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 28 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €215.000,- wordt ongegrond verklaard.