Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 december 2021 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de brief van 17 januari 2022 namens de vrouw met producties;
- de pleitnota van de advocaat van de vrouw.
Rechtbank Midden-Nederland
De vrouw vordert in kort geding een verhoging van de kinderalimentatie die de man aan haar betaalt voor hun minderjarige kind. Partijen hebben gezamenlijk gezag en een ouderschapsplan waarin een lagere alimentatie is afgesproken. De vrouw stelt dat zij meer alimentatie nodig heeft en dat zij nu geld moet lenen om de kosten te dekken.
De voorzieningenrechter overweegt dat een wijziging van kinderalimentatie op grond van Boek 1 BW via een verzoekschrift moet worden ingeleid, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad. Een kort geding is slechts in uitzonderlijke gevallen geschikt voor een voorlopige voorziening, wanneer spoedeisend belang en aannemelijkheid zijn aangetoond. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat zij niet kan wachten op de bodemprocedure.
Daarom wordt zij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2022 door voorzieningenrechter M.E. Heinemann.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot voorlopige wijziging van kinderalimentatie.