ECLI:NL:RBMNE:2022:3112

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 juli 2022
Publicatiedatum
2 augustus 2022
Zaaknummer
UTR 22/2607
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 60 lid 2 ParticipatiewetArt. 58 ParticipatiewetArt. 59 ParticipatiewetArt. 8:4 lid 1 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij beroep tegen dwangbevel Participatiewet

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een dwangbevel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, inhoudende een betalingsvordering van € 6.135,09 op grond van de Participatiewet.

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk werd geacht. De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 60, tweede lid, van de Participatiewet het college de kosten van bijstand kan invorderen via een dwangbevel, hetgeen hier is toegepast.

Volgens artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een besluit inhoudende een dwangbevel geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. De rechtbank concludeert daarom dat zij kennelijk onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Wel staat er een procedure open bij de burgerlijke rechter in het kader van een executiegeschil.

De rechtbank verklaart zich dan ook onbevoegd en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf, in aanwezigheid van griffier N.R. Hoogenberk, op 13 juli 2022.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het dwangbevel en wijst het beroep af.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2607

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 16 januari 2018, inhoudende een dwangbevel tot betaling van een bedrag van € 6.135,09.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Dit is om de volgende reden.
3. Op grond van artikel 60, tweede lid, van de Participatiewet (Pw) kan verweerder de kosten van bijstand, bedoeld in de artikelen 58 en 59 van de Pw invorderen bij dwangbevel. Verweerder heeft dit gedaan met het dwangbevel van 16 januari 2018.
4. Tegen een besluit van verweerder inhoudende een dwangbevel kan geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Dat staat in artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank stelt vast dat er in deze procedure sprake is van een dergelijk dwangbevel. Tegen een dwangbevel in het kader van een executiegeschil staat wel een procedure open bij de burgerlijke rechter.
5. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2022.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.