ECLI:NL:RBMNE:2022:3087
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Wob-verzoek door Minister van Financiën
Eiser heeft op 9 maart 2022 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder, de Minister van Financiën, heeft niet binnen de wettelijke termijn van vier weken beslist, ondanks een eenmalige verlenging van vier weken. De beslistermijn was uiterlijk 4 mei 2022, maar verweerder nam geen besluit.
Eiser stelde verweerder op 5 mei 2022 in gebreke en wachtte twee weken, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat de overschrijding van de beslistermijn ook onder de nieuwe Wet open overheid (Woo) niet is gerechtvaardigd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond.
De rechtbank draagt de Minister op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij verdere overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet de Minister het betaalde griffierecht van €184 aan eiser vergoeden. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Minister van Financiën op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.