ECLI:NL:RBMNE:2022:3050

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 juli 2022
Publicatiedatum
28 juli 2022
Zaaknummer
UTR 22/2627
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens ontbreken van bestuursbesluit

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een brief van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, gedateerd 21 april 2022, waarin het college reageert op eerdere brieven van eiser. In de brief geeft het college aan niet in te gaan op een eerdere brief van eiser omdat de gerechtelijke procedure hierover is afgesloten en meldt het de intentie om eigendommen van eiser terug te geven.

De rechtbank stelt vast dat deze brief geen bestuursbesluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft die rechten, verplichtingen of bevoegdheden van eiser verandert. Alleen tegen een bestuursbesluit kan beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter.

Daarom is de rechtbank niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep en verklaart zij zich onbevoegd. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk wordt geacht. De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder en griffier M.L. Bressers op 20 juli 2022.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat het beroep niet is gericht tegen een bestuursbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2627

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, het college.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een brief van het college van 21 april 2022.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een brief van het college van 21 april 2022, waarin het college reageert op een tweetal brieven van eiser. Het college geeft te kennen niet op eisers brief van 11 november 2021 in te gaan, omdat de gerechtelijke procedure hierover is afgesloten. Verder geeft het college aan twee aanhangers met spullen van eiser aan hem te willen teruggeven. In de brief vraagt het college aan eiser om contact op te nemen om hiervoor een afspraak te maken.
De rechtbank stelt vast dat deze brief van het college geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Volgens de wet is sprake van een besluit als er een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit betekent dat er iets moet veranderen in iemands rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Daarvan is in dit geval geen sprake.
De wet bepaalt ook dat alleen tegen een besluit beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Omdat daarvan dus geen sprake is kan de rechtbank geen kennis nemen van het beroep van eiser. De rechtbank is kennelijk onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.