Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
€ 600,00 126,00
1.846,67
300,00-
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van een deurwaarder tegen een opdrachtgever die een factuur deels onbetaald liet. De deurwaarder had een incassoprocedure gevoerd tegen een huurder en factureerde de opdrachtgever een bedrag gebaseerd op het salaris van de gemachtigde volgens een vonnis, terwijl de overeenkomst verwees naar algemene voorwaarden met een uurtarief van €125.
De opdrachtgever betwistte de vordering, stellende dat de factuur niet overeenkomt met de gemaakte afspraken en dat de dienstverlening onder de maat was. De kantonrechter oordeelde dat de deurwaarder niet had aangetoond dat partijen waren overeengekomen dat het salaris van de gemachtigde als vergoeding zou gelden en dat de tarieven in de algemene voorwaarden onduidelijk en onredelijk bezwarend waren.
De vordering werd daarom afgewezen en de deurwaarder werd veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter merkte bovendien op dat het onduidelijk was waarom over forfaitaire bedragen btw werd berekend. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter I.L. Rijnbout en op 5 januari 2022 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van de deurwaarder wordt afgewezen wegens het ontbreken van een overeengekomen tarief en onduidelijke, onredelijk bezwarende algemene voorwaarden.