Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
verblijvende in Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 januari 2022;
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] en de daarbij opgenomen bijlagen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
van een persoon een afbeelding van seksuele aard openbaar maken, terwijl hij weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn, meermalen gepleegd.
belaging.
laster.
smaadschrift.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
€ 4.123,50 bestaande uit € 123,50 materiële schade en € 4.000,- immateriële schade en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 juni 2021 tot de dag van volledige betaling.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
jeugddetentie van 210 dagen;
180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidvoor de duur van 3 (drie) jaren;
- waarbij de politie toezicht houdt op de naleving van deze maatregel;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 4.123,50, bestaande uit een vergoeding van € 123,50 voor materiële schade en een vergoeding van
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 500,00, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2021 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;