ECLI:NL:RBMNE:2022:2824
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van woning aan een adres in plaats voor belastingjaar 2021
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een plaats, vastgesteld op €551.000 voor het belastingjaar 2021. Verweerder handhaafde deze waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix. De rechtbank heeft de zaak behandeld op een online zitting waarbij eiser zich liet vertegenwoordigen.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde de marktwaarde van de woning weerspiegelt en dat verweerder met de taxatiematrix aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Hierbij is rekening gehouden met vergelijkbare referentiewoningen, de staat van onderhoud en de ligging ten opzichte van onder meer een locatie, een snelweg en hoogspanningsmasten.
Eiser voerde aan dat de staat van onderhoud slechter is dan door verweerder aangenomen en dat de ligging nadelig is, maar deze gronden slaagden niet omdat de ingediende stukken dit niet voldoende onderbouwden. Ook de door eiser genoemde lagere waarden van andere woningen konden de vastgestelde waarde niet ondermijnen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de WOZ-waarde op juiste wijze heeft vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €551.000 wordt ongegrond verklaard.