ECLI:NL:RBMNE:2022:273

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2022
Publicatiedatum
28 januari 2022
Zaaknummer
UTR 21/4621
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep

Verzoeker heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort. Het verzoek betrof onder meer het terugnemen van een aandeel in de mandeligheid, terugbetaling van een afkoopsom en rente, en een proceskostenveroordeling.

De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien er tegen een besluit bezwaar of beroep is ingesteld. Uit het verzoek blijkt niet dat een dergelijk besluit is genomen of dat bezwaar of beroep is ingesteld. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarnaast merkt de voorzieningenrechter op dat zij niet bevoegd is om inhoudelijk te oordelen over de gevorderde eisen, die civielrechtelijke aard hebben. Verzoeker wordt verwezen naar de civiele rechter voor deze vorderingen. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief; hoger beroep of verzet is niet mogelijk volgens artikel 8:81 Awb Pro.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bezwaar of beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4621

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 januari 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Verzoeker heeft op 10 november 2021 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. In zijn verzoek eist verzoeker dat de gemeente Amersfoort het aandeel in de mandeligheid terugneemt, de afkoopsom onderhoud van € 4.310,- terugstort, minimaal de grondwaarde van € 10.700,- betaalt en de rente over deze bedragen terugbetaalt. Tot slot eist verzoeker dat de gemeente Amersfoort wordt veroordeeld in de proceskosten.
3. Een verzoek om een voorlopige voorziening kan alleen worden gedaan, als tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld of, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld. [1]
4. De voorzieningenrechter constateert dat uit het verzoek niet blijkt dat aan die voorwaarde is voldaan. Uit het verzoek blijkt niet dat verweerder een besluit heeft genomen waartegen verzoeker bezwaar of beroep heeft ingesteld. Het verzoek wordt daarom met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
5. Verder merkt de voorzieningenrechter op dat zij niet bevoegd is om een oordeel te geven over de eisen in het verzoekschrift, zoals hiervoor omschreven. Als verzoeker van mening is dat verweerder moet worden veroordeeld tot het terugnemen van een aandeel in de mandeligheid of (terug)betaling van bedragen, dan moet hij zich tot de civiele rechter wenden.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De beslissing is uitgesproken op 14 januari 2022 en zal openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier is verhinderd de voorzieningenrechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen de uitspraak te ondertekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dat volgt uit artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.