ECLI:NL:RBMNE:2022:2649
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: WOZ-waarde woning en aanslag rioolheffing bevestigd
De zaak betreft een beroep van de eigenaar van een appartement tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag rioolheffing opgelegd door de gemeente. De WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2020 was vastgesteld op €563.000,-, terwijl eiser een lagere waarde van €510.000,- bepleitte. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix en vergelijkbare verkopen, waarvan één recent vlak voor de waardepeildatum.
De rechtbank oordeelde dat de door verweerder gebruikte referentiewoning en de gehanteerde waarderingsmethode aannemelijk maken dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Argumenten over indexering, oppervlaktematen en het niet toepassen van een wortelformule werden verworpen. Daarnaast werd de aanslag rioolheffing bevestigd, waarbij de rechtbank oordeelde dat de gemeentelijke vrijstelling voor kerken niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat de aanslag terecht is opgelegd.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag rioolheffing wordt ongegrond verklaard.