Op 13 maart 2020 heeft verdachte in Almere geprobeerd om aan een sociotherapeut opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door diens keel met kracht dicht te knijpen. Dit gebeurde terwijl verdachte in een kliniek verbleef in het kader van een tbs-maatregel.
De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van verklaringen van het slachtoffer en twee getuigen, die allen overeenstemden dat verdachte de keel van het slachtoffer stevig vastgreep en kneep, waardoor het slachtoffer tijdelijk geen adem kon halen en rode striemen in de nek opliep. Ondanks enkele details die verschilden, achtte de rechtbank het bewijs wettig en overtuigend.
Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege zijn psychiatrische problematiek en de lopende tbs-maatregel. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de status van verdachte als tbs-gestelde, het recidiverisico en de overschrijding van de redelijke termijn.
De officier van justitie had vier maanden gevangenisstraf gevorderd, maar de rechtbank legde een gevangenisstraf van één maand op, mede vanwege strafverzwarende omstandigheden zoals het geweld tegen een hulpverlener en strafverminderende omstandigheden zoals poging, verminderd toerekeningsvatbaarheid en termijnoverschrijding. De rechtbank wees een straf zonder vrijheidsbeneming af omdat verdachte onvoldoende besef van de ernst toonde.
Het vonnis is gewezen door mr. N. van Esch, voorzitter, mr. D.S. Terporten-Hop en mr. V.A. Groeneveld op 4 juli 2022.