ECLI:NL:RBMNE:2022:2602
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning horecabedrijf wegens vermeende leidinggevende met slecht levensgedrag
Verzoeker exploiteert sinds 2005 een horecabedrijf zonder lopende exploitatievergunning sinds 2011. Na een eerdere aanvraag die buiten behandeling werd gesteld, diende verzoeker op 11 november 2021 een nieuwe aanvraag in. Verweerder verleende op 11 februari 2022 de vergunning, maar trok deze enkele minuten later in op grond van artikel 1:6 van Pro de APV vanwege vermeende onjuiste gegevens over een leidinggevende met slecht levensgedrag.
Verzoeker betwist de intrekking en stelt dat de vermeende leidinggevende sinds het voornemen van 28 december 2021 geen leidinggevende activiteiten meer verrichtte. De feiten waarop verweerder zich baseert dateren grotendeels van vóór dit voornemen. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze feiten onvoldoende zijn om de intrekking te rechtvaardigen en dat de intrekking onvoldoende is gemotiveerd.
De voorzieningenrechter ziet voldoende spoedeisend belang vanwege de financiële gevolgen voor verzoeker en concludeert dat het bezwaar kans van slagen heeft. De belangenafweging leidt tot schorsing van het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.