Werknemer is sinds 2017 in dienst bij werkgever en meldde zich in januari 2019 ziek. Na diverse re-integratiepogingen binnen de organisatie en een arbeidsdeskundig rapport, constateerde de bedrijfsarts in november 2020 dat er geen arbeidsongeschiktheid meer was. Het UWV legde een loonsanctie op aan werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
In 2021 stopte werkgever de loonbetaling omdat werknemer weigerde mee te werken aan een extern onderzoekstraject, dat uiteindelijk voortijdig werd beëindigd door de externe partij wegens gebrek aan vertrouwen. Werknemer startte in mei 2022 weer met passende arbeid.
Werknemer vorderde in kort geding medewerking aan extern re-integratietraject en loonbetaling over de periode van loonstop. De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot externe re-integratie onvoldoende juridisch is onderbouwd en wees deze af. De loonvordering over de periode van 11 oktober 2021 tot 18 januari 2022 werd toegewezen, inclusief wettelijke verhoging en rente. Proceskosten werden gecompenseerd.