ECLI:NL:RBMNE:2022:2559

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juli 2022
Publicatiedatum
30 juni 2022
Zaaknummer
UTR - 22/2502
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning studentenwoningen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort om een omgevingsvergunning te weigeren voor de verbouwing van een woning tot vier zelfstandige studentenwoningen. Omdat de aannemer al was begonnen met de verbouwing en verzoekster afspraken had gemaakt met toekomstige huurders, verzocht zij om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestreden besluit geen onomkeerbare gevolgen veroorzaakt die met een voorlopige voorziening voorkomen kunnen worden, aangezien de juridische situatie onveranderd blijft. Verzoeksters keuze om zonder vergunning te starten met de verbouwing en afspraken te maken is bewust genomen en vormt geen grond voor voorlopige voorziening.

Verder is niet gebleken van een evidente onrechtmatigheid van het besluit. De beroepsgronden van verzoekster bieden onvoldoende aanleiding om het bouwplan als niet strijdig met het bestemmingsplan te beschouwen. De spoedprocedure is niet geschikt om inhoudelijk over het bestemmingsplan te oordelen.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de omgevingsvergunning is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2502

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juli 2022 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.C.H. Sande- van de Ven),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort(het college), verweerder

Procesverloop

Verzoeksters heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 25 mei 2022 (het bestreden besluit). Met dat besluit heeft het college de bezwaren van verzoekster tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor het verbouwen van de woning aan de [adres] in [plaats] tot vier zelfstandige studentenwoningen ongegrond verklaard en heeft het college de weigering in stand gelaten. Omdat de aannemer al is begonnen met de verbouwing en verzoekster afspraken heeft gemaakt met toekomstige huurders, heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. De voorzieningenrechter beschikt over voldoende informatie om uitspraak te doen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. De voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen dat vereist [1] . Een voorlopige voorziening is in beginsel een tijdelijke maatregel, waardoor wordt voorkomen dat onomkeerbare gevolgen van een bestreden besluit zich voordoen voordat in de hoofdzaak is beslist of het bestreden besluit in stand kan blijven.
3. Het bestreden besluit is een weigering van een gevraagde omgevingsvergunning. Dat besluit maakt geen onomkeerbare gevolgen mogelijk die met het treffen van een voorlopige voorziening kunnen worden voorkomen. Immers, het bestreden besluit brengt geen wijzigingen aan in de bestaande (juridische) situatie. Verzoekster mocht voor het bestreden besluit de studentenwoningen niet realiseren en dat mag zij na het bestreden besluit nog steeds niet. Dat verzoekster de aannemer zonder dat zij over de daarvoor benodigde omgevingsvergunning beschikte toch alvast de opdracht heeft verleend om te starten met de verbouwing en afspraken heeft gemaakt met toekomstige huurders is een keuze die verzoekster willens en wetens zelf heeft gemaakt. Dit is voor de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
4. Verzoekster voert terecht aan dat als het bestreden besluit evident onrechtmatig lijkt te zijn, dit voor de voorzieningenrechter aanleiding kan zijn om een voorlopige voorziening te treffen. Maar ook daarvan is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter hier geen sprake. Uit de beroepsgronden die verzoekster aanvoert om te onderbouwen waarom volgens haar het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan en het college de omgevingsvergunning daarom niet om die reden heeft kunnen weigeren volgt niet dat sprake is van een evidente onrechtmatigheid.
5. Deze spoedprocedure leent zich er niet voor om de standpunten van partijen over de vraag of het bouwplan wel of niet in strijd is met het bestemmingsplan te kunnen bespreken en daarover in het kader van een voorlopige voorziening een (voorlopig) oordeel te kunnen geven.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
4 juli 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).