ECLI:NL:RBMNE:2022:2489
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking en terugvordering Tozo-uitkeringen wegens gebrek aan zelfstandigheid
Eiser heeft Tozo-uitkeringen ontvangen voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 maart 2021. Verweerder heeft deze uitkeringen teruggevorderd en ingetrokken wegens het niet voldoen aan het zelfstandigheidscriterium zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Tozo. De rechtbank heeft beoordeeld of eiser als zelfstandige kan worden aangemerkt, waarbij is vastgesteld dat eiser in 2019 niet afhankelijk was van zijn eenmanszaak voor zijn inkomen, aangezien hij studiefinanciering ontving en in loondienst werkte.
Hoewel eiser naast zijn studie enkele opdrachten voor zijn bedrijf uitvoerde, was de omzet in 2019 nihil. Hierdoor voldoet eiser niet aan het vereiste urencriterium en zelfstandigheidsvereiste van de Tozo-regeling. De rechtbank ziet geen dringende redenen om af te zien van terugvordering van de teveel ontvangen uitkeringen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het besluit van verweerder tot intrekking en terugvordering van de Tozo-uitkeringen. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking en terugvordering van de Tozo-uitkeringen wordt ongegrond verklaard.