ECLI:NL:RBMNE:2022:2457
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernieling dassenburcht en onterecht ingevorderde dwangsom door provincie Utrecht
Eiser is eigenaar van een perceel waarop een dassenburcht is aangetroffen. In 2019 legde Gedeputeerde Staten een last onder dwangsom op vanwege beschadiging van de burcht. Na controles in 2020 en 2021 bleek de dassenburcht verdwenen. Gedeputeerde Staten vorderden daarop een dwangsom van €3.000,- bij eiser, die bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging.
De rechtbank oordeelt dat de dassenburcht weliswaar vernield is, maar dat niet is vastgesteld dat eiser daarvoor verantwoordelijk is. Eiser stelde dat het perceel vrij toegankelijk is en dat anderen de burcht kunnen hebben vernield. Gedeputeerde Staten betoogden dat alleen eiser een belang had bij de vernieling, maar de rechtbank achtte het niet uitgesloten dat derden verantwoordelijk zijn.
De rechtbank vernietigt daarom de beslissing op bezwaar en het dwangsomvorderingsbesluit. De last onder dwangsom blijft van kracht. Gedeputeerde Staten moeten het griffierecht aan eiser vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de dwangsominvordering omdat niet vaststaat dat eiser de dassenburcht heeft vernield.