ECLI:NL:RBMNE:2022:2452
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving bouw recreatiewoning zonder vergunning en overschrijding bestemmingsplan
Eisers bouwden zonder omgevingsvergunning een recreatiewoning met berging op een vakantiepark, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Het college legde een last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen. Eisers voerden aan dat de woning binnen het nieuwe bestemmingsplan zou passen en dat er concreet zicht was op legalisatie, maar de rechtbank oordeelde dat de inhoud en hoogte van de woning de maximale toegestane maatvoering overschrijden.
De rechtbank stelde vast dat het college de maatvoering mocht vaststellen aan de hand van tekeningen en beperkte metingen, waarbij het risico van onduidelijkheden voor rekening van eisers komt. Ook werd geoordeeld dat de berging meegeteld moest worden bij de inhoudsberekening, ondanks dat eisers deze wilden verwijderen. Verder werden de hoogte- en inhoudsmetingen door het college als aannemelijk beoordeeld, waarbij de rechtbank het uitgangspunt van één maaiveld volgde.
Eisers voerden aan dat handhaving onevenredig was en dat er sprake was van gelijke gevallen waarbij niet werd gehandhaafd, maar de rechtbank vond deze stellingen onvoldoende concreet en oordeelde dat het college moest handhaven bij overtreding. De dwangsom werd als proportioneel beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de last onder dwangsom in stand blijft en eisers geen griffierecht of proceskosten terugkrijgen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het college mocht handhavend optreden.