In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot het eerbiedigen van een erfdienstbaarheid en het vrijhouden van een pad dat toegang verschaft tot een landbouwkavel. Sinds 2006 maakt eiser gebruik van deze erfdienstbaarheid, maar sinds de zomer van 2021 zijn er meerdere incidenten geweest waarbij gedaagde de toegang blokkeerde en dreigend gedrag vertoonde.
Eiser vordert tevens een contactverbod tegen gedaagde en dwangsommen bij overtreding. Gedaagde erkent inmiddels de erfdienstbaarheid en verzet zich tegen het contactverbod en stelt een tegenvordering in om eiser te verplichten het pad schoon achter te laten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van eiser is aangetoond vanwege de recente incidenten en het belang bij toegang tot zijn land. De erfdienstbaarheid wordt erkend en toegewezen. Het contactverbod wordt afgewezen omdat het een zware inbreuk vormt en onvoldoende concreet wordt onderbouwd. Dwangsommen worden niet toegewezen omdat gedaagde zijn verplichtingen erkent en het risico op herhaling gering is. De tegenvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.