ECLI:NL:RBMNE:2022:2386
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstand ter aanvulling IOAW-uitkering tot sociaal minimum niet via verhoging IOAW
Eisers, een getrouwd stel met een IOAW- en een WIA-uitkering, leefden onder het sociaal minimum. Verweerder vulde hun inkomen aan met bijstand in plaats van de IOAW-uitkering te verhogen. Eisers maakten bezwaar tegen deze beslissing en stelden beroep in.
De rechtbank onderzocht of de IOAW-uitkering verhoogd had moeten worden in plaats van het verstrekken van bijstand. De systematiek van de IOAW houdt in dat het sociaal minimum als grondslag wordt gehanteerd, verminderd met inkomsten van eisers. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de gebruikte brutobedragen onjuist waren, maar erkende dat fiscale factoren, zoals de algemene heffingskorting, een rol kunnen spelen.
De rechtbank concludeerde dat de IOAW-uitkering conform de wettelijke systematiek correct was vastgesteld en dat de algemene heffingskorting in de berekening niet was meegenomen, wat het verschil verklaart. Daarom is het toekennen van bijstand passend. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege een eerdere fout in de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bijstand terecht wordt toegekend ter aanvulling van de IOAW-uitkering tot het sociaal minimum.