Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties (22),
- de conclusie van antwoord met producties (12),
- de e-mail van de rechtbank van 2 november 2021 waarin wordt vermeld dat in deze zaak een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling gehouden op 15 februari 2022, waarvan aantekeningen zijn bijgehouden,
- de pleitaantekeningen van [eiseres] .
2.De beoordeling
Inleiding
- i) voor recht te verklaren dat de rapporten van [A] en [B] uitgangspunt zijn bij de afwikkeling van de letselschadezaak van [eiseres] ,
- ii) voor recht te verklaren dat alle klachten en beperkingen aan de rechterschouder en linker onderarm/pols ongevalsgevolg zijn,
- iii) een arbeidsdeskundige te benoemen aan de hand van de bij productie 22 overgelegde vraagstelling,
- iv) ASR te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot ad € 20.000,00 terzake de materiële schade en het smartengeld, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,
- v) ASR te veroordelen tot de op heden verschenen openstaande buitengerechtelijke kosten van € 5.185,38 van mr. L.M.V. Douwes en die van haar medisch adviseur volledig te vergoeden,
- vi) de zaak voor het overige te verwijzen naar de schadestaatprocedure,
- vii) ASR te veroordelen in de kosten van deze procedure, te begroten op een totaalbedrag van € 8.003,42 en het verschuldigde griffierecht.
De situatie met ongeval
2.De situatie zonder ongeval
Zijn er op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen?
‘Betrokkene heeft een zeurende pijn van de schouder, die door de specialist geduid wordt als tendomyogeen (spierpijnklachten). Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de schouderklachten voorgewend zijn. Derhalve heb ik ten aanzien van de schouderklachten beperkingen aangenomen.’
3.De beslissing
15 juni 2022voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage als genoemd in 2.26,