Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte met fotobijlage [2] - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
letselrapportage [3] over [slachtoffer 1] – zakelijk weergegeven – geschreven:
het proces-verbaal van verhoor van getuige [4] van 16 september 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
ter terechtzittingvan 27 mei 2022 verklaard:
proces-verbaal van aangifte [5] - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
het proces-verbaal van verhoor van getuige met bijlagen [6] van 14 oktober 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
het proces-verbaal van verhoor verdachte [7] van 17 september 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
ter terechtzittingvan 27 mei 2022 verklaard:
het proces-verbaal van verhoor vangetuige met bijlage [9] van 22 september 2021 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
ter terechtzittingvan 27 mei 2022 verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
- een Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 10 december 2021, opgemaakt door F. van Houwelingen, aios psychiatrie, onder supervisie van T.A. Wouters, psychiater (hierna: de psychiaters);
- een Pro Justitia psychologisch onderzoek van 14 december 2021, opgemaakt door J.M. Oudejans, psycholoog (hierna: de psycholoog).
8.OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET OPLEGGEN VAN EEN MAATREGEL
- voornoemd Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 10 december 2021, opgemaakt door F. van Houwelingen, aios psychiatrie, onder supervisie van T.A. Wouters, psychiater (hierna: de psychiaters);
- voornoemd Pro Justitia psychologisch onderzoek van 14 december 2021, opgemaakt door J.M. Oudejans, psycholoog (hierna: de psycholoog).
- hetgeen J.M. Oudejans ter terechtzitting van 27 mei 2022 heeft verklaard;
- een reclasseringsrapportage van 4 maart 2022, opgemaakt door E. Houwers en B. Pasman, reclasseringswerkers;
- hetgeen E. Houwers en B. Pasman ter terechtzitting van 27 mei 2022 hebben verklaard;
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 16 december 2021, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Op 4 mei 2018 heeft een voorwaardelijk sepot plaatsgevonden voor twee mishandelingen in beperkte kring (tegen hetzelfde slachtoffer, zijn ex-partner).
- een locatieverbod voor de gemeente [gemeente] ; en
- een contactverbod met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart de onder 1 meer subsidiair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart
- legt aan verdachte op de
- beveelt dat verdachte:
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel (telkens) wordt vervangen door 1 (één) week hechtenis;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 761,18 bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 september 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 761,18 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 16 september 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.