ECLI:NL:RBMNE:2022:219
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming dubbele kinderbijslag
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin werd vastgesteld dat zij vanaf het tweede kwartaal van 2020 geen recht had op dubbele kinderbijslag voor haar zoon. Dit bezwaar werd door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de procedure heeft verweerder een gewijzigd besluit genomen waarin het bezwaar ontvankelijk en gegrond werd verklaard, en eiseres alsnog dubbele kinderbijslag werd toegekend vanaf het tweede kwartaal van 2020. Naar aanleiding hiervan heeft eiseres haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder geheel aan eiseres is tegemoetgekomen en dat het beroep daarom is ingetrokken. Op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 1.518,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 49,-.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en is openbaar gemaakt op 6 januari 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.