ECLI:NL:RBMNE:2022:2139
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- A.M.M.E. Doekes
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen griffierecht bij afkondiging afkoelingsperiode in WHOA-procedure ongegrond verklaard
Mevrouw J.M.A. Zandvoort heeft namens haar cliënten bezwaar gemaakt tegen het griffierecht dat was opgelegd aan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. in procedures betreffende de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). De griffierechten betroffen vier maal € 676, welke tijdig zijn voldaan.
Op 10 februari 2022 dienden de vennootschappen een verzoekschrift in tot benoeming van een herstructureringsdeskundige en tot afkondiging van een afkoelingsperiode van vier maanden. Op 24 februari 2022 trokken zij deze verzoeken in, waarna zij op 1 maart 2022 failliet werden verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of voor het verzoek tot afkondiging van de afkoelingsperiode griffierecht verschuldigd was, aangezien dit volgens de verzoekers automatisch volgde uit de benoeming van de herstructureringsdeskundige. De rechtbank oordeelde dat het griffierecht verschuldigd is per verzoek en per entiteit, ongeacht de samenhang tussen verzoeken.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De rechtbank verwees naar relevante wetsartikelen uit de Wet griffierechten burgerlijke zaken en de Faillissementswet, en bevestigde dat het griffierecht ook voor het verzoek tot afkondiging van de afkoelingsperiode verschuldigd is.
Uitkomst: Het verzet tegen het opgelegde griffierecht wordt ongegrond verklaard.