ECLI:NL:RBMNE:2022:205

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 januari 2022
Publicatiedatum
25 januari 2022
Zaaknummer
21/3216
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens naheffingsaanslag

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de gemeente Hilversum inzake een naheffingsaanslag. Nadat verweerder de naheffingsaanslag op 20 augustus 2021 introk, trok verzoeker zijn beroep in en vroeg hij vergoeding van proceskosten. De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting, omdat voldoende informatie beschikbaar is.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen alleen kosten van een professionele juridische hulpverlener worden vergoed. Verzoeker heeft echter geen advocaat of dergelijke hulpverlener ingeschakeld, waardoor geen kostenvergoeding mogelijk is.

De rechtbank wijst daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af. Wel is verweerder verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden, zoals ook in de intrekkingsbrief is toegezegd. Verzoeker wordt verwezen om dit rechtstreeks met verweerder af te handelen.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat verzoeker geen professionele juridische hulpverlener inschakelde.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3216

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] ,

verzoeker,
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum,

verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar ingediend tegen verweerders besluit van 6 juli 2021. Verweerder heeft op 29 juli 2021 een besluit op dit bezwaar genomen en beslist dat het bezwaar ongegrond is. Verzoeker is hiertegen bij de rechtbank in beroep gegaan.
Op 20 augustus 2021 heeft verweerder de naheffingsaanslag ingetrokken. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. Verweerder heeft op 21 december 2021 gereageerd op dit verzoek. In deze reactie heeft verweerder medegedeeld dat verzoeker geen proceskosten heeft gemaakt.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden. De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten daarom af.
4. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden. In de intrekkingsbrief van 20 augustus 2021 van verweerder is ook al een toezegging gedaan door verweerder dat hij het betaalde griffiegeld zal vergoeden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Mulder, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 13 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.