Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 14 januari 2020, genummerd PL0900-2020014481-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 26 en 27;
- een geschrift, te weten een aanrijdingsformulier, doorgenummerde pagina 53.
5.BEWEZENVERKLARING
1
op 13 januari 2020, te [plaats 1] , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de [locatie 1] en de kruising van die [locatie 1] met de [locatie 2] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend,
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
valsheid in geschrift.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet,
10.BESLISSING
taakstraf van 240 uren;
120 dagen hechtenis;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast.