ECLI:NL:RBMNE:2022:1998
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning rechter wegens familieband met verwerende partij gegrond verklaard
In deze zaak heeft een rechter een verzoek tot verschoning ingediend op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechter stelde dat hij zich niet voldoende vrij voelde om de hoofdzaak te behandelen, omdat zijn dochter als jurist werkzaam is bij de verwerende partij in die zaak.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat verschoning dient ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, kan de schijn van partijdigheid aanleiding geven tot verschoning.
Gezien de nauwe familieband en de professionele relatie van de dochter met de verwerende partij, achtte de kamer de schijn van partijdigheid voldoende aannemelijk. Daarom werd het verzoek tot verschoning gegrond verklaard en werd de rechter ontheven van verdere behandeling van de hoofdzaak.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid door de relatie van zijn dochter met de verwerende partij.