Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2022:1998

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
25 mei 2022
Zaaknummer
539093 / HA RK 22-107
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning rechter wegens familieband met verwerende partij gegrond verklaard

In deze zaak heeft een rechter een verzoek tot verschoning ingediend op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechter stelde dat hij zich niet voldoende vrij voelde om de hoofdzaak te behandelen, omdat zijn dochter als jurist werkzaam is bij de verwerende partij in die zaak.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat verschoning dient ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, kan de schijn van partijdigheid aanleiding geven tot verschoning.

Gezien de nauwe familieband en de professionele relatie van de dochter met de verwerende partij, achtte de kamer de schijn van partijdigheid voldoende aannemelijk. Daarom werd het verzoek tot verschoning gegrond verklaard en werd de rechter ontheven van verdere behandeling van de hoofdzaak.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid door de relatie van zijn dochter met de verwerende partij.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
VERSCHONINGSKAMER
Zaaknummer/rekestnummer: 539093 / HA RK 22-107
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken van 20 mei 2022
op het verzoek in de zin van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder Rv) van:
mr. J.M.P. Drijkoningen,
rechter,
(verder te noemen verzoeker),

1.De procedure

1.1.
De verschoningskamer heeft op 17 mei 2022 het verzoek tot verschoning ontvangen. Dit verzoek is ingediend in de zaak met het zaak- en rolnummer 9609289\UE VERZ 21-378 met [A] als eiser en de [verweerder] als verwerende partij (hierna: de hoofdzaak). Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft het volgende ten grondslag gelegd aan zijn verschoningsverzoek. Op de zitting van 17 mei 2022 zou de hoofdzaak door verzoeker worden behandeld. Verzoeker heeft voor het eerst op 16 mei 2022 bij de voorbereiding van de hoofdzaak geconstateerd dat de [verweerder] als verwerende partij in rechte betrokken is. De dochter van verzoeker is reeds enkele jaren als jurist werkzaam bij de [verweerder] . Verzoeker acht zich gelet hierop niet voldoende vrij om in de hoofdzaak als rechter op te treden dan wel te beslissen.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 40 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen een verzoek tot verschoning in kan dienen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en
onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid
voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens
een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan
sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. In dat geval dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden.
Rechtzoekenden moeten namelijk vertrouwen kunnen stellen in het rechterlijk apparaat.
Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van
partijdigheid of vooringenomenheid.
3.4.
Uit het verzoek van verzoeker blijkt dat er sprake is van zodanige omstandigheden
dat hij zich niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak op treden dan wel te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen dat de dochter van verzoeker als jurist bij de [verweerder] werkzaam is, een genoegzame grond voor verschoning. Verzoeker heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het hem aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het verzoek zal daarom gegrond worden verklaard.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot verschoning gegrond;
4.2.
draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de betrokken partijen in de hoofdzaak, alsmede aan de teamvoorzitter van verzoeker en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. L.C. Michon en mr. D.J. van Maanen als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. J.J. Terpstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2022.
de griffier de voorzitter
is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.