ECLI:NL:RBMNE:2022:1994
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar gegrond wegens te late beslissing omzetting taakstraf in vervangende hechtenis
De politierechter heeft bij vonnis van 15 april 2019 aan verdachte een taakstraf opgelegd. De taakstraf moest binnen 12 maanden na onherroepelijkheid worden uitgevoerd. Door COVID-19 werd deze termijn met 12 maanden verlengd. Het Openbaar Ministerie besloot op 4 november 2021 tot vervangende hechtenis wegens niet-voltooiing van de taakstraf, maar deze beslissing werd pas op 24 maart 2022 betekend aan verdachte.
Verdachte maakte bezwaar tegen deze omzetting, stellende dat de beslissing niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden na afloop van de taakstraftermijn was genomen. De politierechter nam kennis van de stukken, waaronder het reclasseringsrapport en de wettelijke bepalingen, en concludeerde dat de beslissing van het OM te laat was genomen, zowel volgens de oude als de nieuwe wetgeving.
Daarom verklaarde de politierechter het bezwaar gegrond, stelde vast dat de beslissing tot vervangende hechtenis niet tijdig was genomen en verklaarde het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis vervallen. De inhoudelijke beoordeling van het bezwaar kwam daardoor niet meer aan de orde.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis is gegrond verklaard vanwege te late beslissing, waardoor het bevel tot hechtenis vervalt.