Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 mei 2022 in de zaak tussen
[derde-partij]( [derde-partij] )
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, een veehouder met gehoornde zoogkoeien, klaagde over stressreacties bij zijn dieren veroorzaakt door modelvliegtuigen die nabij zijn percelen vliegen. Hij vroeg de voorzieningenrechter om het vlieggebied te beperken zodat er niet boven een bufferperceel naast zijn weide gevlogen mag worden.
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht had een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van het vliegveld voor modelvliegtuigen, met een vliegverbod boven de percelen van verzoeker maar niet boven het bufferperceel. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om schorsing van het vlieggebied boven het bufferperceel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker procesbelang en spoedeisend belang had, maar dat het bewijs onvoldoende was om het vlieggebied te beperken. Verklaringen van dierenarts en veehouder gaven aan dat modelvliegen geen schadelijke stressreacties bij koeien veroorzaakt. Het memo van de zoötechnisch specialist over gevoeligheid van koeien was onvoldoende onderbouwd.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de modelvliegclub om boven het bufferperceel te mogen vliegen zwaarder woog dan het belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om beperking van het vlieggebied boven het bufferperceel wordt afgewezen, waardoor modelvliegtuigen daar mogen blijven vliegen.