ECLI:NL:RBMNE:2022:1913
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college in proceskosten na intrekking verzoek voorlopige voorziening
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest legde verzoekers een last onder dwangsom op om het strijdige gebruik van recreatieverblijven en een kantoorvilla te staken. Verzoekers dienden bezwaar in en vroegen om een voorlopige voorziening om dwangsommen te voorkomen.
Het college verlengde de begunstigingstermijn, waardoor verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening introkken en het college verzochten in de proceskosten te worden veroordeeld. Het college reageerde niet op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college met de verlenging van de termijn geheel tegemoet was gekomen aan het doel van de voorlopige voorziening, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenveroordeling toe en veroordeelde het college tot betaling van € 759,- aan proceskosten.
De griffier werd bevolen het griffierecht aan verzoekers terug te betalen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Soest is veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan verzoekers.