ECLI:NL:RBMNE:2022:1883
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding wegens beëindiging arbeidsovereenkomst vóór einde opzegverbod
Eiseres, een werkgever, heeft een aanvraag ingediend bij het UWV voor compensatie van de transitievergoeding die zij aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer heeft betaald. De arbeidsovereenkomst werd beëindigd met wederzijds goedvinden vóór het einde van het wettelijke opzegverbod van twee jaar tijdens ziekte.
Het UWV wees de aanvraag af omdat de arbeidsovereenkomst niet na afloop van het opzegverbod was beëindigd, een vereiste volgens artikel 7:673e BW. Eiseres voerde aan dat het evenredigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel geschonden waren, omdat de wet geen rekening houdt met situaties waarin een IVA-uitkering met verkorte wachttijd is toegekend.
De rechtbank oordeelde dat de wettekst duidelijk en dwingend is en dat er geen ruimte is voor afwijking op basis van het evenredigheidsbeginsel. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat eiseres bewust de beëindiging van het dienstverband voor de duidelijkheid van de regeling had kunnen uitstellen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat compensatie van de transitievergoeding niet wordt toegekend omdat de arbeidsovereenkomst vóór het einde van het opzegverbod is beëindigd.