Uitspraak
1.De procedure
- de brief van drs. K. Aachboun namens verzoeker van 7 april 2022 met daarin het wrakingsverzoek gericht tegen mr. J.P. Killian;
- de schriftelijke reactie van mr. Killian van 19 april 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele herroepingsprocedure tegen de Staat der Nederlanden, stellende dat het lidmaatschap van de klachtencommissie van de politie Midden-Nederland een objectieve vrees voor partijdigheid oplevert. Verzoeker voerde aan dat de rechter via benoeming door de regioburgemeester en hoofdofficier van justitie een band zou hebben met het Openbaar Ministerie en dat zijn eerdere functie als rechter-commissaris relevant is.
De wrakingskamer onderzocht of er sprake was van feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid zouden kunnen schaden. Het lidmaatschap van de onafhankelijke klachtencommissie, die klachten over politiegedrag behandelt, werd niet als zodanig beoordeeld dat dit een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid oplevert. De eerdere functie van de rechter als rechter-commissaris werd niet in behandeling genomen omdat dit te laat was ingebracht.
De wrakingskamer concludeerde dat geen objectief gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid bestaat en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.