ECLI:NL:RBMNE:2022:1840
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning te Utrecht na bezwaar en beroep
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht voor het belastingjaar 2021, vastgesteld op €191.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelt een lagere waarde van €179.000,- voor, gebaseerd op een aankoopprijs in 2018 en een modernisering van de woning.
Verweerder onderbouwt de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats. De rechtbank oordeelt dat deze methode en de toelichting ter zitting voldoende aannemelijk maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eisers argumenten, waaronder de duokoop-constructie van een referentiewoning en de aankoopprijs uit 2018, worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank acht de taxatiematrix betrouwbaarder gezien de ontwikkelingen op de woningmarkt tussen aankoop en waardepeildatum.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman op 7 april 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €191.000,- wordt ongegrond verklaard.