ECLI:NL:RBMNE:2022:1839
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na vergelijking met referentiewoningen
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats, vastgesteld op €187.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde woonplaats.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Hoewel er aanzienlijke verschillen waren tussen de woning en de referentiewoningen op het gebied van bouwjaar, ligging en gebruiksoppervlakte, waren dit de beste beschikbare referentiewoningen rond de waardepeildatum. De verschillen werden opgevangen door de verschillende vierkante meterprijzen.
Eiser voerde aan dat de ligging van de woning minder gunstig was, maar de rechtbank volgde dit niet. Ook het gebruiksoppervlakte van 69 m2 werd door verweerder onderbouwd en niet betwist door eiser. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €187.000 wordt ongegrond verklaard.