ECLI:NL:RBMNE:2022:1780
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering schorsing executie en opheffing beslag in nalatenschapsgeschil
In deze zaak vordert een erfgenaam de opheffing van executoriaal beslag en schorsing van de executie door de executeur-afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap van zijn overleden vader. De executeur heeft op grond van een arrest van het gerechtshof Den Haag een geldvordering op de erfgenaam geïnd en executoriaal beslag gelegd op diens onroerende zaken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de executeur bevoegd is tot inning van de vordering voorafgaand aan de verdeling van de nalatenschap, en dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid of onrechtmatig handelen. De door de erfgenaam gestelde verrekenbare tegenvorderingen op de nalatenschap worden onvoldoende onderbouwd en zijn niet aannemelijk.
Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die een noodtoestand voor de erfgenaam veroorzaken en die de executie onverwijld onaanvaardbaar maken. De executeur heeft voldaan aan haar verplichtingen tot het verstrekken van boedelbeschrijvingen en inlichtingen. De gevorderde voorzieningen worden daarom geweigerd en de erfgenaam wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter weigert de gevorderde schorsing van executie en opheffing van beslag en veroordeelt eiser in de proceskosten.